De bodem draagt een zware vulling en geeft een knapperig contrast. De gebruikelijke klacht: hij valt uit elkaar bij het snijden, of wordt zompig onder de vulling. De oorzaak is bijna altijd de verhouding boter tot kruim en ongelijk aandrukken.
Ingrediënten en waarom ze erin zitten
- Koekjes (digestives, grahamcrackers, zandkoekjes) vormen het skelet. De boter verhardt rond de kruim als de bodem koud staat.
- Boter, gesmolten, plakt de kruim aan elkaar. Ze trekt tussen de deeltjes en stolt in de koelkast als metselspecie.
Zo maak je het
- Maal de koekjes tot fijne kruim, in een blender of met een deegroller in een zak. Grove stukken laten gaten, en dan kruimelt de bodem.
- Smelt de boter en laat haar iets afkoelen. Hete boter maakt de kruim ongelijk nat.
- Meng tot het op natte zand lijkt. Teken: een handvol in je vuist geknepen houdt zijn vorm.
- Druk aan in een springvorm met de onderkant van een glas, en druk stevig aan, vooral langs de rand waar bodems het eerst breken.
- Zet minstens 30 minuten koud zodat de boter stolt. Voor een gebakken cheesecake kun je de bodem 8 tot 10 minuten voorbakken op 160 tot 170 °C; dat maakt hem steviger en vormt een barrière tegen de vulling. Laat hem volledig afkoelen voor je de vulling erop giet.
Wat kan er misgaan
- Kruimelt bij het snijden. Te weinig boter of te los aangedrukt.
- Zo hard dat je er niet doorheen komt. Te veel boter of te lang voorgebakken.
- Zompig aan de onderkant. Vocht uit de vulling is erin getrokken. Voorbakken en volledig laten afkoelen helpen, net als een droge vorm.
Vervangers
Elk droog koekje werkt, maar chocoladekoekjes geven een donkerdere, iets bittere bodem. Erg zoete koekjes geven een plakkerige bodem, dus doe dan minder extra suiker. Gemalen noten door de kruim geven extra knapperigheid.
Bewaren
De bodem alleen blijft een dag goed in de koelkast. De afgemaakte cheesecake blijft 4 tot 5 dagen goed met bodem.

